Oorsprong van Adansonia digitata (Afrikaanse baobab)
- De Afrikaanse baobab is inheems in het droge, hete savannegebied van sub-Sahara Afrika.
- Hij komt voor in veel landen van West-, Oost- en Zuidelijk Afrika, en groeit typisch in open bossen, scrublands en savannes.
- De boom is zeer langlevend en kan honderden tot meer dan duizend jaar oud worden.
- Hij is in sommige regio’s buiten Afrika geïntroduceerd, zoals delen van Azië, Australië en het Caribisch gebied.
Verzorging en teelt
- Klimaat: Warm en zonnig; zeer gevoelig voor kou (onder 12°C binnenzetten of beschermen).
- Water: Matig water geven in het groeiseizoen, goed laten drogen tussen gietbeurten; in de rustperiode bijna niet water geven om wortelrot te voorkomen.
- Grond: Goed doorlatende, zandige of leemachtige bodem; verdraagt arme grond goed.
- Licht: Volle zon (minstens 6 uur direct licht per dag) is ideaal.
- Groei: Langzaam groeiend, geschikt als potplant, bonsai of in warme tuinen. Zaailingen kunnen in het begin sneller groeien.
Gebruik en toepassingen
- Voeding: Bladeren worden gegeten als groente of poeder; het vruchtvlees is rijk aan vitamine C en wordt gebruikt in dranken, poeders en als verdikkingsmiddel. Zaden zijn ook eetbaar.
- Praktisch: Schorsvezels voor touwen, matten en textiel; bladeren als veevoer; de boom biedt schaduw, wateropslag en schuilplaats.
Cultureel: Belangrijke rol in lokale economieën en folklore; vaak “boom des levens” genoemd vanwege zijn veelzijdigheid.
| Gewicht | N/B |
|---|









