De Manihot grahamii, ook wel bekend als Graham’s cassava of wilde cassave, is een interessante plant die behoort tot de familie Euphorbiaceae. Deze plant is verwant aan de eetbare cassave (Manihot esculenta), maar wordt vooral gewaardeerd om zijn sierwaarde en ecologische rol.

De bladeren van Manihot grahamii zijn diep ingesneden en handvormig, met meestal 5-7 lobben. Ze hebben een opvallende, heldergroene kleur en kunnen tot 15 cm breed worden.
De plant produceert kleine, onopvallende bloemen die groenachtig geel van kleur zijn. De bloemen groeien in trossen en zijn meestal tweehuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op aparte planten).
De plant kan een hoogte bereiken van 2-4 meter, afhankelijk van de groeiomstandigheden. Hij heeft een bossige groeiwijze met meerdere stengels.

Manihot grahamii is inheems in Zuid-Amerika, met name in landen zoals Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay.
Vanwege zijn sierwaarde en ecologische rol wordt de plant ook gekweekt in andere delen van de wereld, waaronder Noord-Amerika en Europa.

De plant wordt vooral gewaardeerd als sierplant vanwege zijn opvallende bladeren en exotische uitstraling. Hij wordt vaak gebruikt in tropische en subtropische tuinen, als haag of als accentplant.
Manihot grahamii speelt een belangrijke rol in zijn natuurlijke habitat door voedsel en beschutting te bieden aan verschillende dieren, waaronder insecten en vogels.
De plant wordt soms gebruikt in wetenschappelijk onderzoek vanwege zijn verwantschap met de eetbare cassave (Manihot esculenta), wat kan helpen bij het begrijpen van de genetica en eigenschappen van cassave.

De plant gedijt het beste in een warm, subtropisch tot tropisch klimaat. Hij is niet volledig winterhard en kan lichte vorst verdragen.
Manihot grahamii geeft de voorkeur aan goed doorlatende, vruchtbare grond, maar kan ook groeien in armere grondsoorten.
Volle zon tot halfschaduw is ideaal voor een optimale groei. In zeer warme klimaten kan wat schaduw in de middag gunstig zijn.

Jonge planten hebben regelmatig water nodig, maar eenmaal gevestigd zijn ze redelijk droogtetolerant. Het is belangrijk om de grond vochtig maar niet drassig te houden.
Tijdens het groeiseizoen kan de plant baat hebben bij een uitgebalanceerde meststof om een gezonde groei te bevorderen.
Snoeien is meestal niet nodig, behalve om dode of beschadigde takken te verwijderen en de vorm van de plant te behouden.

Hoewel Manihot grahamii niet eetbaar is, is hij nauw verwant aan de eetbare cassave (Manihot esculenta), een belangrijk gewas in veel tropische landen.
De plant heeft een snelle groei en kan in korte tijd een aanzienlijke hoogte bereiken, wat hem geschikt maakt voor gebruik als haag of windbreker.