Agave parrasana, ook bekend als cabbage head agave of koolkop-agave is een compacte, langzaam groeiende succulent met een bolvormige, symmetrische rozet die lijkt op een artisjok of kool.

Oorsprong

  • Komt oorspronkelijk uit Noordoost-Mexico, specifiek de bergachtige regio’s in de staat Coahuila.
  • Groeit van nature op hoogtes van ongeveer 1350–2400 meter in droge, rotsachtige hellingen, chaparralstruikgewas, grashellingen en gemengde dennen-eikenbossen op kalkhoudende bodems.
  • Endemisch in semi-aride berggebieden met extreme droogte, hitte overdag en koude nachten; aangepast aan vorst en lage neerslag.
  • Verwant aan Agave parryi, maar compacter en met bredere bladeren.

Verzorging

  • Groeit langzaam tot een compacte rozet van ongeveer 60 cm hoog en 60–90 cm breed; bladeren breed, kort, dik, blauwgroen-grijs met waslaag, scherpe donkere tanden aan de randen en een lange terminale stekel.
  • Geeft de voorkeur aan volle zon verdraagt lichte halfschaduw, maar volle zon geeft de beste kleur en compacte groei.
  • Plant in zeer goed doorlatende grond (zandig, grindachtig, rotsachtig of cactus-/succulentenmix); pH neutraal tot licht alkalisch; vermijd zware klei of natte voeten (wortelrot risico).
  • Water geven: extreem droogtetolerant; geef spaarzaam — grond volledig laten opdrogen tussen gietbeurten (soak-and-dry methode); in zomer matig, in winter bijna droog houden.
  • Winterhardheid: uitstekend voor een agave (USDA zones 7b–10); verdraagt vorst tot  -12 tot -18 °C in koudere klimaten mulch aanbrengen of als kuipplant vorstvrij overwinteren.
  • Bemesting: weinig tot geen; bij nood in lente een lage dosis cactus-/succulentenmest; overbemesting vermijden.

Gebruik

  • Hoofdzakelijk sierplant (ornamenteel): gewaardeerd om de architecturale, bolvormige rozet, blauwgroene kleur en symmetrie; perfect voor droogtebestendige tuinen, rotstuinen, borders, containers of cactus-/succulententuinen.
  • Trekt aandacht in xeriscape- en woestijnlandschappen; na vele jaren (20–30+) produceert een hoge bloeistengel (tot 4–6 m) met gele bloemen (vaak roodachtig openend); moederplant sterft daarna.