Justicia adhatoda, ook bekend als, Malabar-noot, adathoda of Indiaas longkruid), is een groenblijvende struik uit de Acanthaceae-familie, beroemd in de Ayurvedische en traditionele geneeskunde.

Oorsprong

  • Oorspronkelijk afkomstig uit tropisch en subtropisch Azië, met name het Indische subcontinent ,Zuidoost-Azië en delen van Afghanistan.
  • Groeit van nature in laaglanden tot lagere Himalaya tot ongeveer 1300 meter hoogte, in drogere tot vochtige gebieden, langs rivieren, in bossen, struikgewas en vlaktes.
  • Al duizenden jaren bekend en gebruikt in Ayurveda, Unani en Siddha geneeskunde; de naam “adathoda” betekent in Tamil “ongeraakt door geiten.

Verzorging

  • Groeit als rechtopstaande, bossige, groenblijvende struik tot 2–4 meter hoog met veel takken, glanzend donkergroen blad en witte tot paarsachtige bloemen in dichte aren.
  • Geeft de voorkeur aan volle zon tot lichte halfschaduw; verdraagt warmte en droogte goed als gevestigd.
  • Plant in goed doorlatende, vruchtbare grond (zandig-leemachtig, licht zuur tot neutraal); verdraagt arme bodems maar groeit beter met organisch materiaal.
  • Water geven: regelmatig tijdens vestiging; matig daarna (droogtetolerant); grond licht vochtig houden, maar geen wateroverlast (wortelrot risico).
  • Winterhardheid: beperkt (USDA zones 9–11); verdraagt lichte vorst tot ongeveer -5 °C kortdurend; in koudere klimaten (zoals Nederland) als kuipplant kweken en vorstvrij overwinteren (min. 10 °C, lichte plek binnenshuis).
  • Bemesting: in groeiseizoen (lente/zomer) lichte organische mest; niet overbemesten.
  • Snoei: licht in voorjaar of na bloei om vorm te behouden en bossigheid te stimuleren; verdraagt zware snoei goed.

Gebruik

  • Hoofdzakelijk medicinaal (traditioneel en modern): bladeren, wortels, bloemen en schors gebruikt als expectorans (slijmoplossend), antispasmodicum (krampstillend), bronchodilatator en ontstekingsremmer; bij hoest, verkoudheid, astma, bronchitis, tuberculose, keelpijn, koorts, dysenterie en luchtweginfecties.
  • In Ayurveda en Unani geneeskunde een hoeksteenkruid voor ademhalingsklachten; bladsap of afkooksel vaak ingenomen; vormt basis voor moderne middelen zoals bromhexine (slijmoplossend medicijn).

 

Gewicht N/B