1. Oorsprong

  • Herkomst: Afkomstig uit Azië, vooral China.
    Kenmerken: Bladverliezende boom van 3 tot 10 meter hoog, met eetbare roodbruine vruchten.

2. Verzorging

  • Standplaats: Zonnig, warm en beschut.

  • Bodem: Goed doorlatende, liefst licht kalkrijke grond.

  • Water: Jonge planten regelmatig water geven; volwassen bomen verdragen droogte.

  • Winterhardheid: Verdraagt ongeveer -15 tot -20 °C.

  • Snoeien: In de late winter dode en kruisende takken verwijderen.

  • Oogst: Meestal van september tot oktober.

3. Gebruik

  • Vers: Knapperige, zoete vruchten met een appelsmaak.

  • Gedroogd: Zoeter, met een dadelachtige smaak.

  • Culinair: Geschikt voor thee, confituur, desserts en gebak.

  • Gezondheid: Bevat vitamine C, vezels en antioxidanten.

  • Sierwaarde: Decoratieve boom die ook bijen aantrekt.

Gewicht N/B