De Cudrania tricuspidata, ook wel bekend als de Chinese moerbeiboom of che, is een interessante plant die behoort tot de moerbeifamilie (Moraceae).

De plant produceert kleine, ronde vruchten die eetbaar zijn en een zoete, licht zurige smaak hebben. De vruchten zijn rijp wanneer ze een dieprode tot paarse kleur hebben.
De bladeren zijn ovaal tot lancetvormig en hebben een gladde textuur. Ze zijn afwisselend gerangschikt en kunnen tot 10 cm lang worden.
De plant heeft doorns, wat hem onderscheidt van andere moerbeisoorten. Deze doorns kunnen behoorlijk scherp zijn.

De Cudrania tricuspidata is inheems in Oost-Azië, met name in China, Korea en Japan.
De plant wordt ook gekweekt in andere delen van de wereld, waaronder Noord-Amerika en Europa, vooral vanwege zijn vruchten en sierwaarde.

De vruchten kunnen vers worden gegeten of worden verwerkt in jam, gelei, sappen en desserts. Ze worden ook gebruikt in traditionele Aziatische gerechten.
In de traditionele Chinese geneeskunde worden verschillende delen van de plant gebruikt voor hun vermeende gezondheidsvoordelen, zoals het verbeteren van de spijsvertering en het versterken van het immuunsysteem.
Het hout van de Cudrania tricuspidata wordt soms gebruikt voor het maken van gereedschap en meubels. De plant wordt ook gebruikt als onderstam voor andere moerbeisoorten.

De plant gedijt het beste in een gematigd tot subtropisch klimaat. Hij is redelijk winterhard en kan vorst verdragen.
De Cudrania tricuspidata geeft de voorkeur aan goed doorlatende, vruchtbare grond, maar kan ook groeien in armere grondsoorten.
Volle zon tot halfschaduw is ideaal voor een optimale groei en vruchtproductie.

Jonge planten hebben regelmatig water nodig, maar eenmaal gevestigd zijn ze redelijk droogtetolerant. Het is belangrijk om de grond vochtig maar niet drassig te houden.
Tijdens het groeiseizoen kan de plant baat hebben bij een uitgebalanceerde meststof om een gezonde groei en overvloedige vruchtproductie te bevorderen.
Snoeien is meestal niet nodig, behalve om dode of beschadigde takken te verwijderen en de vorm van de plant te behouden.

De plant is tweehuizig, wat betekent dat er mannelijke en vrouwelijke planten zijn. Voor vruchtzetting zijn zowel mannelijke als vrouwelijke planten nodig.