Casuarina equisetifolia, ook bekend als Australische den, whistling pine, of ijzerhout, is een snelle, groenblijvende boom met naaldachtige takjes die een fluitend geluid maken in de wind.

Oorsprong

  • Komt oorspronkelijk voor in Australië (vooral noordoost-Queensland en noordoost-New South Wales), Zuidoost-Azië (, India, Bangladesh, Nieuw-Guinea en de Pacifische eilanden.
  • Groeit van nature langs kustgebieden, achter stranden, op zandige duinen, rotsachtige kliffen en soms in lagere heuvels; aangepast aan zoute, arme, zandige bodems, hoge wind en tropische/subtropische klimaten.

Verzorging

  • Groeit snel tot 6 meter hoog en meer met een diameter tot 1 meter; fijne, hangende, groene tot grijsgroene takjes (geen echte naalden, maar fotosynthetische twijgen) in kransen.
  • Geeft de voorkeur aan volle zon (minstens 6–8 uur direct licht); verdraagt hitte, zoutnevel, gereflecteerde warmte en sterke wind uitstekend.
  • Plant in zeer goed doorlatende, arme tot zandige grond (zandig, zout, kalkhoudend, grindachtig of rotsachtig); pH neutraal tot licht alkalisch; verdraagt arme, nutrientarme bodems dankzij stikstofbindende bacteriën (Frankia) in wortelknobbeltjes.
  • Water geven: spaarzaam; extreem droogte- en zouttolerant; alleen water tijdens vestiging of extreme droogte; eenmaal gevestigd bijna geen water nodig; geen natte voeten
  • Winterhardheid: beperkt (USDA zones 9–11); verdraagt lichte vorst tot ongeveer -5 tot -8 °C kortdurend; niet bestand tegen langdurige vorst of strenge winters; in koudere klimaten (zoals Nederland) als kuipplant kweken en vorstvrij overwinteren (min. 5–10 °C, lichte plek binnenshuis).
  • Bemesting: weinig tot geen; stikstofbindend, dus geen extra stikstof nodig; vermijd fosforrijke mest.
  • Snoei: minimaal; lichte vormgeving mogelijk; zware snoei verdraagt de boom goed.

Gebruik

  • Hoofdzakelijk sier- en nutsbomen: als windbreker, duinstabilisatie, erosiebestrijding langs kust en rivieren; schaduw- en laanboom in tropische/subtropische gebieden.