Agave utahensis ( Grand Canyon Century Plant)

Oorsprong:

    • Endemisch in het zuidwesten van de Verenigde Staten: staten Utah, Arizona, Nevada en Californië.
    • Groeit natuurlijk op kalkrijke rotshellingen, canyons, woestijnstruikgewas, pinyon-juniperbossen en coniferenhouten op 600–2.500 m hoogte; vaak in kleine pockets met vruchtbare bodem tussen kalksteen.
    • De noordelijkste agave-soort ter wereld; al meer dan 7.000 jaar gebruikt door inheemse volkeren (o.a. Havasupai, Navajo)
  • Verzorging:
    • Compacte rozet van 30–90 cm breed en 20–40 cm hoog met blauw-grijze, smalle, omhoog gebogen bladeren met scherpe tanden en lange zwarte einddoorn; langzaam groeiend (20–30+ jaar tot bloei).
    • Vereist volle zon tot halfschaduw; extreem goed doorlatende, magere, rotsige/zanderige/kalkrijke grond (geen klei!); drainage is cruciaal.
    • Zeer droogtetolerant en koudebestendig: de meest winterharde agave (USDA zone 6–10, overleeft sneeuw en -15 tot -18 °C in droge condities); water geven alleen als de grond volledig droog is, in winter bijna helemaal droog houden.
    • Weinig onderhoud: minimale bemesting, ideaal voor xeriscape, rotstuinen, kusttuinen of potten; in potten of binnen extra licht geven voor optimale groei.
  • Gebruik:
    • Hoofdzakelijk als sierplant: prachtige architecturale accentplant met symmetrische rozetten en blauwgrijze bladeren; perfect voor droge tuinen, rotstuinen, containers of mediterrane/xerische landschappen in koudere klimaten.